En dan opeens voel ik het weer: het verlangen om puur intuïtief te werken met geometrie, oude symbolen, verborgen talen. Na lange tijd ga ik weer een mandala kunstwerk maken. Ik werk eerst aan een achtergrond die helemaal goed voelt; zo kan ik ook contact maken met wat er wil ontstaan, zonder te bedenken. Puur kleuren mengen, cirkels schilderen en lagen creëren. Alleen in deze achtergronden zit al een hele wereld. Ik ben aan het genieten!
Hoe doe je dat nou, iets laten ontstaan?
In dit geval begint zo’n achtergrond met een mooie lichte kleur, meestal heel dun (aangelengd met water), in dit geval zeegroen. Dan begin ik met een aantal lijnen (die plak ik af) en ga ik daar met een donkere kleur en een grote kwast overheen. Als ik de tape weghaal, gebeurt er al iets. Het zijn nog maar twee lagen, maar er komt diepte; bepaalde delen trekken mijn aandacht. Het enige dat ik doe, is met een andere kleur of een ander materiaal (spons) op die plek iets aanbrengen. Dat blijf ik doen op plekken die erom vragen. Dan maak ik een donkere kleur heel waterig, sprenkel dit over het doek en gebruik een föhn om de slierten water een natuurlijke weg te laten bewegen. Dit is heerlijk om te doen, er ontstaat een organische structuur.
Eenmaal droog breng ik weer een laag met strepen aan, of ik maak reliëf met papierproppen, zilverfolie, de achterkant van het penseel, enzovoort.
Het heerlijke is: in dit proces hoeft het nergens heen. Laag voor laag kijk ik wat mijn aandacht trekt en daar ga ik verder.
Met de eerste cirkel erop maak ik een donkere schaduw achter de rand, en staat de basis voor dit schilderij.
Wordt vervolgd.


